Vraag nu
online
Offerte aan

Zoutsoorten

Keukenzout (de triviale naam voor natriumchloride of NaCl) is bij kamertemperatuur een witte kristallijne stof met een kubische kristalvorm, die goed oplosbaar is in water (het mengsel van zout en water wordt ook wel pekel genoemd). Het is het voorbeeld bij uitstek van wat in chemische termen een zout heet.

Zoutwinning

Zout komt in de natuur voor in de grond als steenzout op plaatsen waar in een geologisch verleden binnenzeeën zijn opgedroogd. Het wordt daaruit al eeuwen gewonnen (b.v. bij Salzburg, dat niet voor niets zo heet: Salz is namelijk het Duitse woord voor zout). Het is ook de belangrijkste component van de opgeloste stoffen in zeewater en wordt ook daaruit direct door verdamping van het water gewonnen.

Toepassing

Keuken
Zout is bij het grote publiek het meest bekend als smaakmiddel en smaakversterker in de keuken, bij het koken. Zout geeft een zoute smaak aan voedsel, zonder zout smaken bijvoorbeeld aardappelen, groenten en vlees vrij flauw. Ook in chips, zoutjes, kant-en-klaar maaltijden, koekjes, drop en ander snoep, kaas, sauzen, en consumptie-ijs is vaak veel zout verwerkt, vaak om minder duurdere specerijen te hoeven te gebruiken.

Zout wordt ook gebruikt als bewaarmiddel: voor de uitvinding van de koelkast werd vlees en vis bestrooid met zout en bewaard in "zoutkisten" - deze bewerking wordt "pekelen" genoemd. Door voedsel met zout in te wrijven, drogen de aanwezige bacteriën uit, waardoor dit voedsel niet bederft. Voor dit doel is een ander zout, kaliumchloride (KCl), ook geschikt, vooral voor mensen die een natriumarm dieet moeten volgen. De smaak van keukenzout is vrij karakteristiek voor deze stof: andere zouten smaken vaak radicaal anders.

Gladheidsbestrijding

Keukenzout wordt ook gebruikt als middel tegen ijsvorming om zo gladheid tegen te gaan. Het wordt op wegen en stoepen gestrooid om te zorgen dat de sneeuw of ijzel smelt. Strooizout is ongezuiverd zout en ziet er anders uit dan keukenzout, vaak grovere korrels en gekleurd. Het smeltpunt van een mengsel van water en zout (pekel) ligt ongeveer 10 °C lager dan dat van water. Een nadeel van het gebruik van strooizout is dat bijvoorbeeld het metaal van auto's of fietsen sneller roest. Zout heeft ook gevolgen voor de fauna langs wegen: sommige planten verdragen het niet.

Technische toepassingen

Zout wordt ook aangetroffen in meerdere technische toepassingen. Zo wordt het onder meer aangetroffen in smeltzout bij de raffinage van metalen.

Economische aspecten

In gebieden waar zout schaars was is het lange tijd als betaalmiddel gebruikt - het woord salaris betekent letterlijk "zoutrantsoen" en was een deel van de betaling van de Romeinse legionair. Ook de Via Salaria, een belangrijke uitvalsweg van Rome, herinnert nog aan het belang van eenvoudig zout.

In de Middeleeuwen werd het bezit van zout de basis voor belastingheffing. Zout was erg duur en wie het zich kon veroorloven was kennelijk kapitaalkrachtig genoeg voor een "overheidsbijdrage". Het zout moest echter droog bewaard worden, want door de vochtige huizen van die tijd werd het anders te klonterig voor gebruik. Dicht bij het vuur was de aangewezen plaats. Daar was het echter te gemakkelijk opspoorbaar voor belastinginspecteurs die onverwachts konden binnenvallen op zoek naar het kostbare goedje. Bekend van die tijd zijn de stoelen met ingebouwd zoutreservoir, waar de meid, lekker dicht bij het vuur gezeten, niet opstaand van haar plaats, de schat bewaakte. Bij menige rondleiding in een Frans kasteel wordt deze anekdote graag verteld.

In Nederland werd tot in de negentiende eeuw accijns op zout geheven. Deze bedroeg 9 cent per kilo, terwijl de groothandelsprijs in België 3 cent per kilo bedroeg. Er bestond dan ook een aanzienlijke smokkel van zout over de Belgische grens. Aangezien een arbeidersgezin in die tijd wel een halve kilo zout per week gebruikte werd hier al gauw een procent van het inkomen aan besteed. De uitdrukking Hij verdient het zout in de pap niet is in dat licht goed te begrijpen.

Bron: NL Wikipedia